Structureel-analytisch leesverslag

Inleiding: het verhaal

“A je buttë?”, “Ben jij een man van eer?”. Het is een vraag die regelmatig terugkeert in Dossier K, een boek van Jef Geeraerts. Het gaat over twee Albanese families die al jaren met elkaar in de clinch liggen. Nazim, een huurmoordenaar van de ene familie, krijgt de opdracht om bloedwraak te nemen op de andere familie. Zijn vriendinnetje Noami Waldack wordt door haar geliefde Nazim, meegetrokken in zijn ondergang. Na de spanning van het boek te hebben verteerd, hebben wij dit structureel-analytisch leesverslag opgesteld.

Midden: de verhaalelementen

-Thematiek:

Motieven:

De twee adelaars staan voor de Albanese maffia. Ze doen alles voor de eer, want dit staat in de Kanun. Men handelt hierdoor ook vaak uit bloedwraak. Dit houdt in dat als er iemand vermoord wordt van de ene clan, dit ook dient te gebeuren bij de andere clan. Aangezien in dit boek het grootste deel daarop is gebaseerd, beschouwen wij dit als het grondmotief.

De Albanese maffia heeft daarbij ook verschillende gebruiken. Wanneer men iemand vermoordt, zal hij die persoon op zijn rug leggen. Volgens hen kan op deze manier de ziel van de dode opstijgen. Wanneer men de dode dus op zijn buik vindt, wil dit zeggen dat hij vermoord werd als een hond en hij geen waardige dood verdiende.

Daarnaast is het ook een traditie om een beukentakje bij de dode te leggen wanneer men iemand eervol wil laten heengaan.

Ook de zin ‘A je buttë’ is een veelvoorkomende uitspraak in het boek.

Nazim die de filter van zijn sigaret afbijt en uitspuwt, is een typisch fragment in het boek dat we meermaals tegenkomen. Dit motief is die van een karaktertrek, namelijk zijn koelbloedigheid.

Titel:

De auteur verduidelijkt de titel maar eenmaal in het boek, en dit pas op het einde. Het is het personage Vincke, een gepensioneerde politieman, die de naam Dossier K heeft toegewezen aan deze zaak. Daarbij staat de “K” voor Kanun, wat verwijst naar een reeks van Albanese wetten.

-Vertelperspectief:

Het verhaal wordt verteld vanuit een auctorieel vertelperspectief. Deze verplaatst zich als het ware in de verschillende personages: zowel in de politiecommissarissen als in de moordenaars. Op die manier weet de lezer meer over de personages dan de personages zelf. Het geeft de lezer een goed beeld van alle gebeurtenissen. Ook worden er bewust fragmenten erg uitgebreid beschreven om op deze manier de spanning op te bouwen.

-Structuur:

Structuur:

Het boek wordt opgedeeld in hoofdstukken om zo elk thema van elkaar te onderscheiden. Daarbij wordt telkens de tijd vermeld. Er zijn geen extra tussentitels in het boek.

Witregels zijn er wanneer de plaats en dus ook de personages veranderen. Bij de verandering van de plaats kan ook de taal veranderen. Zo wordt Albanees veel gebruikt bij gesprekken onder de Albanese familie, terwijl in België de auteur het Algemeen Nederlands en ook wel eens het Antwerps dialect gebruikt.

Af en toe wordt er naar Latijnse uitspraken verwezen, wat het boek wel geleerder doet overkomen. Nadeel is echter dat een lezer die geen Latijn kent of niet voldoende kent, dit ook niet kan verstaan. Op deze manier krijgt het boek wel iets mysterieus. Wat betekent bijvoorbeeld: ‘testes bene pendentes’?

Opvallend is ook dat er gebruik wordt gemaakt van voetnoten, die achteraan in het boek vermeld staan. Door gebruik te maken van die methode kan de lezer achtergrondinformatie vinden over hoe de politie te werk gaat of over de Albanese gewoontes. Ook wordt het gebruikt om afkortingen of woorden uit te leggen.

Tijd:

Het verhaal wordt chronologisch verteld. Om verwarring te vermijden, vermeldt de auteur er altijd de exacte datum bij. Hij maakt geen gebruik van flashforwards of flashbacks. Af en toe wordt er wel eens iets vermeld over wat er in het verleden gebeurd is, dit is dan eerder een korte terugwijzing die hij maakt aan de hand van een zaak. Zoals de onopgeloste moordzaak van 3 jaar geleden waarin Nazim’s naam steeds meer in voorkomt.

Tempo:

Het boek is geschreven in een laag tempo. Elke situatie wordt gedetailleerd verteld en alle acties worden achtereenvolgens en lang uitgewerkt beschreven. Veel details zoals merken van auto’s, wapens… worden telkens vermeld.

Intellectuele spanning:

De lezer weet meer dan de personages, wat al een deel van de spanning wegneemt. Maar door het lage tempo bouwt de spanning steeds weer op. Het einde blijft echter tot in het laatste hoofdstuk een raadsel. Het is dus niet dat je meteen het hele verhaal kent, alle puzzelstukjes vallen pas in elkaar in de slotscène. En zelfs dan weet de lezer nog steeds niet waarom Naomi ook koelbloedig wordt vermoord.

-Personages:

Één van de hoofdpersonages is Freddy Verstuyft. Hij is de norse politie-inspecteur en dus een eerder vaak voorkomend typetje. Hij heeft een vlak karakter en is statisch. Het andere hoofdpersonage is Nazim Tahir, de koelbloedige moordenaar. In tegenstelling tot de politie-inspecteur heeft hij eerder een rond karakter en is hij dynamisch. Hij toont echter berouw wanneer hij een onschuldige man afschiet.

Beiden kunnen helden genoemd worden aangezien ze zorgen voor actie. Terwijl Nazim moordt, voert Verstuyft de zaak en onderneemt hij acties om de clans te pakken te krijgen. Een belangrijke tegenspeler is zeker en vast Naomi, het liefje van Nazim. Zij zorgt regelmatig voor verstrooiing bij Nazim. De relatie maakt hem slordig en gevoelig. Ook zij is een personage dat we meermaals tegenkomen in andere verhalen. Haar personage wordt een beetje als een del afgestempeld. Het is eerder ook een vlak en statisch personage.

Erik Vincke heeft, in tegenstelling tot in de film, een veel kleinere rol in het boek. Toch duwt hij het onderzoek vaak in de goede richting. Zijn personage in het boek is vlak en statisch.

-Tijd en ruimte:

Tijd:

Het verhaal speelt zich af in het heden, meer bepaald vanaf 5 juni 2002 tot 15 juni 2002. Dit weten we met zekerheid omdat de auteur de exacte data en tijdstippen vermeldt. Door de wapens (bijvoorbeeld: navajo- zigeunermes) en auto’s (Mercedes ML 270 – terreinwagen) is het verhaal dus niet universeel qua tijd. Er worden geen tijdsaanduidingen op microniveau gegeven.

Plaats:

Het verhaal speelt zich afwisselend af in Antwerpen en Albanië, met toch weliswaar het meeste in Antwerpen. Om het nog realistischer te maken wordt er ook vaak een straatnaam vernoemd waar ze naartoe gaan of waar ze zich bevinden.

Ook de plaats van de dubbele moord in het Turkse kebabrestaurantje in het begin van het boek, is duidelijk doelbewust gekozen. Op deze manier wil men namelijk het contrast aantonen tussen de Turken en de Albanezen, die niet goed overeenkomen.

Ook spelen er zich vaak fragmenten af in de villa in Brasschaat. Dit is de rijke woonst van de familie Waldack, de ouders van Nazims vriendinnetje Naomi. In de slotscène worden Nazim en Naomi hier vermoord door de politie.

-Stijl

Schrijfstijl:

De auteur maakt het verhaal een stuk realistischer door typische Albanese zinnen te vermelden. Persoonlijk vonden we het boek makkelijk lezen, ondanks de verscheidene talen die werden gebruikt door de auteur. Dankzij de voetnoten werden vaak spannende momenten wel onderbroken. Alles wordt gedetailleerd en uitgebreid uitgelegd. De auteur vermeldt alles waardoor je als lezer op de hoogte blijft van alle nieuwe ontwikkelingen. Soms veroorzaakt dit enkele te langdradige hoofdstukken. Door de eenvoudige schrijfstijl leest het boek extra vlot.

-Slot: De spanning

Jef Geeraerts creëert een spanningsopbouw door elk element sterk uit te diepen en tot in het detail te bespreken. De bespreking over zijn personages is hier een voorbeeld van. Naar het einde van het boek toe kan je zeker spreken over een pageturner. Als de politie binnenvalt in de villa van Waldack, kan je het boek niet meer loslaten tot het bittere eind.